| El-P: stinken voor creativiteit |
|
Door Niek van der Leer, 19-12-‘11 We zijn precies drie minuten en drie seconden onderweg als El-P aanzet voor het slot van zijn waanzinnige rap op het legendarische 8 Steps to Perfection van Company Flow. De woorden die hij er uitspuugt vatten even simpel als doeltreffend samen hoe de rapper/producer/platenbaas sindsdien al bijna vijftien jaar als artiest door het leven gaat. Allereerst wordt duidelijk gemaakt dat de trotse New Yorker weinig affiniteit heeft met de mainstream: “I’m sick of your corny beats and your crowd-involved hooks.” Dan waarom dat zo is: “’Cause I’m a thinker.” Om vervolgens te kennen te geven dat je hem ook niet altijd serieus moet nemen: “[I’m an] evil anus letting off stinkers.” Maar meer dan dat duiden deze zinnen op de heerlijke eigenzinnigheid van de undergroundgrootheid El-P.
In een periode - eind jaren tachtig, begin jaren negentig - waarin hiphop explodeert met pionerende acts als De La Soul, Boogie Down Productions en N.W.A. legt ook Jaime zich toe op het creëren van hiphopinstrumentaties. Als zoon van jazzpianist Harry Keys zit muziek hem al in de genen, maar gek genoeg is jazz zo ongeveer het laatste genre dat te herkennen valt in de mechanische beats die de jongen componeert. Hij voorziet deze beats zelf van raps, waarin hij af en toe vrolijk met woorden speelt maar vaak ook zijn serieuzere kant laat zien die getuigt van zijn intellect en autonome manier van denken. Het begrip autoriteit heeft sterk zijn interesse - zo leest hij geïntrigeerd over (misbruik van) macht in zijn favoriete boek 1984 van George Orwell. Op het feestje ter ere van zijn achttiende verjaardag raakt Jaime aan de praat met DJ Leonard Smythe. De twee delen hun passie en smaak voor muziek en Jaime kan het scratchtalent van Leonard, die zich als Mr. Len profileert, goed gebruiken. Ze gaan samen door als Company Flow en brengen nog geen jaar later (1994) via het bescheiden Libra Records de single Juvenile Techniques uit. Hiermee is direct een niet te negeren visitekaartje afgegeven. De raps van Jaime, die dan al El-P dient te worden genoemd, maken indruk door de vlotte en verstaanbare manier waarmee hij de aandacht pakt en hier en daar een leuke punchline dropt (“I’m too ill to work at 7-eleven, I make a fisher-price mic sound like a U87”), maar meer dan dat is het de donkere productie die hoge ogen gooit. Het duo breekt snel daarna al met het kwakkelende Libra Records maar niet voordat ze rapper Bigg Jus ‘meepikken’.
In 1996 verschijnt dan eindelijk de eerste EP, Funcrusher. El-P produceert behalve een intro alles op de acht nummers tellende plaat en is op twee tracks na ook elke keer rappend te horen. De single die de uitgave van de EP vergezelt is iedereen bekend: 8 Steps to Perfection. Het nummer staat symbool voor het zeer eigenzinnige geluid dat het trio kenmerkt: laidback drums verstoord door futuristische samples en scherpzinnige raps. De EP wordt enthousiast ontvangen en gaat voor zelf uitgebracht materiaal met 30.000 keer heel vaak over de toonbank. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er een heus getouwtrek ontstaat tussen verschillende platenmaatschappijen om Company Flow binnen te halen. Een net opstartend onafhankelijk hiphoplabel genaamd Rawkus Records zegt toe het trio alle vrijheid te geven als ze bij haar tekent, en zo geschiedt, uiteraard in goed overleg met Uzoigwe. Met de EP als basis is het album, met de logische titel Funcrusher Plus, in een wip klaar. El-P manifesteert zich als intellectuele, arrogante bruut met pocherijen als “Fucking with your theology like Darwinism in the Bible Belt” en “I don’t try to be different, I am, so inevitably my style will survive while your now turns to then.” Het bekendste en misschien ook beste voorbeeld van de abstracte en brutale stijl van El-Producto is zijn punchline op The Fire in Which You Burn: “Even when I say nothing, it’s a beautiful use of negative space.” De kritieken zijn lovend. Zo schrijft Steve Huey namens AllMusic dat het album diepe concentratie vergt, maar dat dit wordt beloond: “Het is moeilijke, uitdagende muziek, zeker, en het is minstens zo ver zijn tijd vooruit.” Vrijwel alle andere autoriteiten binnen de muziekjournalistiek rapporteren op een vergelijkbare manier, waarbij begrippen als baanbrekend, onconventioneel en abstract meerdere malen terugkeren. Wat zwaarder weegt voor El-P is wellicht de waardering van collega-hiphoppers die blijkt uit het feit dat Company Flow in 1998 met de Beastie Boys mee mag op toer en dat DJ Premier een remix van 8 Steps to Perfection maakt. En het blijft niet alleen bij hiphoppers want ook rockband Radiohead schijnt fan te zijn van El-P en zijn twee vrienden.
Het voelt voor El-P dan alleen maar logisch om bij dit label te vertrekken en het opnieuw zelf te gaan proberen, met één verschil: nu doet hij het samen met Uzoigwe. Kotsmisselijk van de mainstream en de op geld beluste cultuur bij Rawkus besluit het duo met haar eigen label - Def Jux gedoopt - een duidelijk signaal af te geven. Artiesten verdienen respect en daarmee volledige creatieve vrijheid. Daarnaast worden de opbrengsten uit de muziek eerlijk verdeeld: de helft voor de artiest en de helft voor het label. Ter vergelijking: schattingen van het aandeel van de opbrengsten voor de artiest liggen bij de meeste labels tussen de drie (!) en de twintig procent. De boodschap is duidelijk: bij Def Jux draait het om de muziek en niets anders. Deze nobele benadering trekt grote talenten aan en met El-P als creatieve baas kent Def Jux een vliegende start. Na een drietal EP’s van Mr. Lif en één van Company Flow, ligt op 15 mei 2001 het eerste volledige Def Jux-album in de schappen: The Cold Vein van het duo Cannibal Ox. Rappers Vast Aire en Vordul Mega maken indruk, maar de lovende kritieken richten zich primair op El-P’s productiewerk. In CMJ New Music Monthly omschrijft Brian Coleman de sinistere stijl als een groot in een gedempte kelder gepropt gothic-orkest. Daarnaast wordt El-P door Allmusic prompt genomineerd voor de titel Producer van het Jaar. In september van datzelfde jaar staat de volgende voltreffer van de platenmaatschappij op de rol. Aangezien El-P nu eens niet direct aan het creatieve proces heeft bijgedragen, is het succes van Labor Days van de al langer meedraaiende Aesop Rock meer te zien als resultaat van de grote artistieke vrijheid die artiesten bij Def Jux wordt gegund. Het conceptalbum geldt nog altijd als magnum opus van de woordenvirtuoos Aesop en wordt eensklaps tot hoeksteen van de hiphopunderground gebombardeerd.
Het slotstuk van de vliegende start die Definitive Jux doormaakt is aan El-P zelf. Fantastic Damage (2002) geldt vooral als bevestiging van zijn status als voorvechter van creativiteit binnen de hiphopwereld. De alleskunner geeft zijn fans wat ze van hem verwachten: diepe spacy instrumentaties met intelligente raps waarbij meer dan eens een strakke punchline voorbij komt (“See me as a banshee, as the illest motherfucker since Oedipus” - Truancy). Boeiender zijn wellicht de verhalende raps zoals die van zijn muzikale reis tot op dit moment (van Squeegee Man Shooting): “In the 80's Deceps took fame (good run) In de jaren die volgen verliest Definitive Jux iets van zijn momentum. Waar Fantastic Damage in 2002 nog wordt vergezeld door klasbakken als I Phantom (Mr. Lif), The End of the Beginning (Murs) en het waanzinnige debuut van RJD2, Deadringer, wordt de oogst later kariger. De ‘vedetten’ van het label lijken tijdens die vliegende start het meeste van hun kruit te hebben verschoten: de rappers van Cannibal Ox komen slechts terug met een live-plaat en gaan dan al uit elkaar, Aesop Rock en RJD2 stellen teleur met respectievelijk Bazooka Tooth en Horror (beiden 2003) en El-P houdt zijn fans bezig met een aantal ‘kleinere’ releases zoals een jazzexperiment genaamd High Water (2004), wat (voornamelijk) instrumentale platen en de lost-and-foundplaat Collecting the Kid (2004). Slechts Murs komt in 2004 ijzersterk terug met zijn instant classic The 9th Edition met 9th Wonder. Van de tweede generatie Def Jukies (oftewel: de artiesten die zich pas vanaf 2003 bij het label aansluiten) is Cage het meest noemenswaardig, maar hoewel zijn Hell’s Winter (2005) zeer verdienstelijk is, maakt het lang niet zo’n indruk als de platen waar de eerder genoemde artiesten mee binnenkwamen bij Definitive Jux.
Vijf jaar na zijn voorganger volgt eindelijk de plaat waar het gesteggel allemaal om draaide: I’ll Sleep When You’re Dead, met zijn titel een ode aan New York, de stad die nooit slaapt. De Ierse schrijver Brendan Behan zei ruim een halve eeuw geleden al dat er geen slechte publiciteit bestaat (behalve je eigen overlijdensbericht) en geheel in lijn met die wetmatigheid lijkt ook het moddergooien tussen Rawkus en Definitive Jux zijn vruchten af te werpen: I’ll Sleep When You’re Dead overtreft qua verkoop al El-P’s voorgaande platen en gaat in de eerste week elfduizend keer de toonbank over, waarmee het plaats 78 verovert in de Billboard 200. Het album is samen te vatten als een iets melodieuzere versie van Fantastic Damage, waarop El-P als vanouds zijn nihilistische kijk op de wereld serveert met een hoop zwartgallige humor en associatieve woordspelingen. Opvallend is de kwetsbaarheid die El-P toont in Flyentology, wat een gebed aan God is - voor het geval hij bestaat: “I wanna live so bad//All my life, I've been so arrogant//This is the vessel of my 'wakening//Please father, put your hand out, carry it.” Aanvankelijk ben je geneigd te wachten op de sarcastische ondertoon die El-P kennende niet kan uitblijven, maar dat blijft-ie wel. Een ander verschil tussen I’ll Sleep When You’re Dead en Fantastic Damage zit hem in het type gastartiesten. Waar het op laatstgenoemde plaat bleef bij een aantal gastraps voornamelijk door mede-Def Jukies, prijken er op de achterkant van de nieuwe plaat rocknamen als Trent Reznor (frontman Nine Inch Nails), The Mars Volta en Cat Power, artiesten waarmee El-P in contact komt door zijn vele remixwerk.
Tijd voor wat bezinning, vindt ook El-P als hij begin 2010, ongeveer tien jaar na de oprichting van het label, aangeeft dat Definitive Jux een adempauze neemt. El-P zelf wil zich louter kunnen richten op muziek maken en rappen, en daarnaast moet er goed worden nagedacht over de koers die Definitive Jux in de toekomst wil varen. Ondanks het feit dat El-P benadrukt dat het label niet wordt opgedoekt en zal doorgaan met de verkoop van de platen die zijn verschenen, is het toch verontrustend dat zijn eigen nieuwe plaat Cure for Cancer zal verschijnen bij Fat Possum, het thuis van eigenzinnige artiesten als Andrew Bird en The Walkmen en verantwoordelijk voor de grootse comeback van Solomon Burke. De toekomst moet uitwijzen of dit hiaat het begin van het eind is voor Definitive Jux of juist een stap terug om later een sprong vooruit te maken. In beide gevallen wint El-P het in ieder geval van Rawkus, dat al zo’n tien jaar niets relevants meer op de markt weet te brengen. Voor El-P persoonlijk zal dat gegeven al de nodige bevrediging opleveren, maar op de schaal van onsterfelijkheid is dat natuurlijk niet genoeg. Gelukkig is dat ook lang niet alles. El-P heeft met Definitive Jux niet alleen een wagonlading aan superieure hiphop de wereld in geslingerd, maar meer dan dat heeft hij bewezen dat je in deze kapitalistische en commerciële wereld kan overleven zonder je naar de maatstaven daarvan te schikken. En passant bewijst hij ook dat de heersende autoriteiten te omzeilen zijn: je eigen plan trekken is niet bij voorbaat kansloos. Op die manier kan en zal El-P, ongeacht zijn toekomstige activiteiten, een inspiratie zijn voor talloze andere artiesten. Hoe? Door vijftien jaar lang daden te voegen bij de woorden die de jonge twintiger in 1996 al rapte: “I’m sick of your corny beats and your crowd-involved hooks, ‘cause I’m a thinker, an evil anus letting off stinkers”. Een anus strijdend voor artistieke vrijheid en tegen de commercie. Een anus die de hiphopwereld hopelijk nog heel wat smerigs zal laten ruiken. |
Nieuws
- Update nieuwe OutKast
- Download: DMX - The Weigh In
- 5-elementz sluit deuren: #support5elementz
- Win kaarten Kid Ink in Melkweg
- Duvel en Nikes presenteren DNA
- Nas op 28 juni live in de Melkweg
- VIDEO Zwart Licht (Ft. Sarah-Jane) - Weg
- Prijsvraag: La Coka Nostra in Nieuwe Nor
- Hiphopverkoop Concerto
- VIDEO Naughty by Nature (Ft. Tah G Ali) - Respect
Agenda
| 20/05 Slaughterhouse Melkweg (Amsterdam) - € 25,00 |
| 15/06 A$AP Rocky Paradiso (Amsterdam) - € 17,50 |
| 25/07 De La Soul Paradiso (Amsterdam) - € 30,00 |

Heel lang hoeft hij niet na te denken als hem in een interview met Stealth Magazine (2009) wordt gevraagd naar zijn meest levensbepalende gebeurtenissen. De eerste is de scheiding van zijn ouders als de in 1975 geboren Jaime Meline pas zeven jaar oud is. Vanaf dat moment woont hij bij zijn moeder en later in de pubertijd begint hij het klassieke gedrag van een kind uit een gebroken huis te vertonen. Hij weigert te doen wat hem wordt verteld en doet wat hem is verboden. Zodoende volgt als hij vijftien jaar oud is gebeurtenis nummer twee: hij wordt na eerdere tijdelijke schorsingen definitief van school gestuurd. Met de kennis van nu kunnen we spreken van een win-winsituatie. Vanaf dat moment is de recalcitrante puber immers vrij om zich enkel en alleen te richten op wat hij wil: muziek maken.
In de jaren die volgen blijft het drietal overdag bij verschillende werkgevers werken om ’s avonds muziek te kunnen maken. Aangezien El-P autoriteit nog altijd enkel als literair onderwerp op prijs stelt en hij eigen baas wil zijn, tracht hij in plaats van een label te zoeken, er zelf een op te richten. Zodoende komt hij in contact met Amaechi Uzoigwe, een startend ondernemer en filmmaker. Met een Nigeriaanse vader, Ierse moeder, als enige zwarte op een Ierse school en een jeugd getekend door vele verhuizingen, is Uzoigwe net als El-P een eigenzinnig en onafhankelijk persoon geworden. Er ontstaat dan ook al snel een vriendschap die bovendien een zakelijke component krijgt als Company Flow haar muziek gaat opnemen bij het productiebedrijfje van Uzoigwe (Ozone) en hij tevens hun manager wordt.
De jaren die volgen staan in het teken van toeren en andere promoactiviteiten. In 1999 besluit Bigg Jus echter Company Flow te verlaten; hij voelt zich om onbekende redenen niet meer op zijn gemak en wil een eigen carrière najagen. Datzelfde jaar brengen El-P en Mr. Len nog het instrumentale album Little Johnny From the Hospitul uit en gaan daarna ook vriendschappelijk uit elkaar; de chemie was weg. Naast hun onderlinge relatie is ook die met Rawkus op zijn zachtst gezegd bekoeld geraakt. Het trio beschuldigt de platenmaatschappij van het achterhouden van geld en voelt zich ondergewaardeerd door het gebrekkige promotiewerk van Rawkus.
Definitieve bevestiging van het feit dat Def Jux een platenmaatschappij is om rekening mee te houden komt uit onverwachte hoek als de moeder der hiphoplabels Def Jam nerveus blijkt te worden: ze klaagt Def Jux aan voor de (te) grote overeenkomst van de naam. De zaak wordt buiten de rechtszaal afgehandeld als Def Jux bereid is haar naam te veranderen in Definitive Jux.
Ondertussen is het hoofdstuk Rawkus nog altijd niet volledig gesloten. Zeldzaam is de intensiteit van de belediging waarmee El-P zich over het label uitlaat op het nummer Deep Space 9mm van Fantastic Damage: “Signed to Rawkus, I’d rather be mouth fucked by nazis unconscious.” Dat elk spoor van nuance hierin ontbreekt, vloeit voort uit de grootse ergernis van El-P over de manier waarop zijn voorgaande werkgever zich profileert als onafhankelijk label, maar in de praktijk elke uier die het tegenkomt tracht uit te melken. In de periode dat de wereld in afwachting is van de opvolger van Fantastic Damage volgt een episode waarin de onenigheid tussen het Definitive Jux-kamp en Rawkus tot een volwaardige oorlog wordt gepromoveerd. Aanleiding is een foto van El-P en Diddy (toen nog Puff Daddy geheten) samen, genomen door El-P toen de twee elkaar toevallig tegenkwamen. Rawkus Records weet de foto in handen te krijgen en vanaf dat moment verschijnt deze te pas en te onpas bij elke aankondiging van El-P’s nieuwe cd, suggererend dat de ‘koning van de underground’ de commerciële kant op zou gaan. Via zijn eigen blog reageert El-P furieus, stellend dat Rawkus Records geld achterover drukt waar het maar kan, haar mensen een paar dagen voor de kerst ontslaat, voortdurend tracht aan te haken bij elk mainstreamsuccesje dat langskomt, faalt in het promoten van haar eigen artiesten en in plaats daarvan dus de promotie van andere artiesten dwarsboomt. Hoeveel van dit alles op de waarheid berust weten alleen de betrokkenen, maar met James Murdoch, de zoon van de beruchte mediamagnaat
Met dit nieuwe succes voor Definitive Jux groeit de hoop op een nieuwe opleving van het label met weer een reeks topplaten, vooral als ook Aesop Rock datzelfde jaar goed terugkomt met het album None Shall Pass. Helaas blijkt dit ijdele hoop. Welbeschouwd is het album
Goede vooruitzichten voor volgend jaar + een wat karig lijstje met publicaties van dit jaar.
Mooi artikel trouwens!